12 September 2013

6e. Nederlands

{168/20}
MINE NOM IS BÉDEN.
HACH.GANA HIS SVN.
KONE.RÉD MIN ÉM IS NIMMER BOSTIGJATH
AND ALSA BERNLAS STURVEN.
MY HETH MAN IN SIN STÉD KOREN.

Mijn naam is Beden,

Hachgana's zoon.
Koneréd mijn oom is nimmer gehuwd

en dus kinderloos gestorven.
Mij heeft men in zijn plaats gekozen.

A.DEL THENE THREDDE KANING FON THJUSE NOME
HETH THJU KÉSE GOD KÉRTH
MITES IK HIM AS MINA MASTRE BIKENNA WILDE.

Adel de derde koning van deze naam

heeft die keuze goedgekeurd
mits ik hem als zijn meester erkennen wilde.

BUTA THAT FVLLE ERV MINRE ÉM
HETH.ER MI EN ÉLE PLEK GRVND JÉVEN
THAT AN MINA ERVA PALADE.
VNDER FARWÉRDE
THAT IK THÉR.VP SKOLDE MANNISKA STALLA
THÉR SINA LJUDA NINMERTHE SKOLDE ...

Buiten het volledige erf van mijn oom

heeft hij me een hele plek grond gegeven
dat aan mijn erven paalde,
onder voorwaarde
dat ik daarop mensen zou stellen
die zijn lieden nimmer zouden...


[bladen 169 t/m 188 ontbreken]


{189}
... THÉRVMBE WIL IK THET HIR-NE STED FORJUNE. ~

... daarom wil ik dit hier een plaats gunnen.


[Doordat veel woorden in de volgende tekst op verschillende manieren kunnen worden vertaald, is dit een van de moeilijkste vertalingen. Ik heb ervoor gekozen deze termen voorlopig onvertaald weer te geven met daarbij de mogelijke vertalingen tussen haken. Zoals altijd probeer ik de lezer uit te nodigen vooral de oorspronkelijkke taal te lezen. Overigens doet de stijl me erg denken aan voordrachten zoals die gehouden worden op Westfriese boerenbruiloften; quasi-streng-kritisch, met zelfspot (veel woordspelingen!) en toch een serieuze ondertoon. Ik kan het nog niet zo goed uitleggen, dit was ook een haastklus, een handomdraaier. Ik kom er later op terug.]


BRÉF FON RIKA THJU ALD.FAM. 
VPSÉID TO STAVEREN BY.T JOL.FÉRSTE.

Brief van Rika de oud-fam,

voorgelezen te Staveren op het Jolfeest.
JY ALLE HWAM HIS ÉTHLA MITH FRISO HIR KÉMON.
MIN ÉR.BIDNESSE TO JO.
ALSA JY MÉNE
SEND JY VNSKELDICH AN OFGODJE.
THÉR NIL IK JVD NAVT VR SPRÉKA.
MEN JVD WIL IK JO VPPEN LEK WISA
THAT FÉ BÉTRE SI. ~

U allen wiens voorouders met Friso hier kwamen,

mijn eerbied voor u.
Zoals u meent
bent u onschuldig aan afgoderij.
Daar wil ik heden niet over spreken.
Maar heden wil ik u op een lek (ondeugd) wijzen
die weinig beter is.

JY WÉTATH JEFTHA JY NÉTATH NAVT.
HO WR.ALDA THUSAND GLOR.NOMA HETH.
THACH THAT WÉTHATH JY ALLE.
THAT HY WARTH AL.FÉDER HÉTEN.
UT ÉRSÉKE THAT ALLES IN UT IM WARTH AND WAXTH
TO FÉDING SINRA SKEPSELA.

U weet of u weet niet,

hoe Wralda duizend glorienamen heeft.
Doch dat weet u allen,
dat hij alféder (alvoeder = alvader) wordt genoemd,
omdat alles vanuit hem wordt en groeit
tot féding (voeding) van zijn schepselen.

T.IS WÉR THAT JRTHA
WARTH BIHWILA AK AL.FÉDSTRE HÉTEN.
THRVCHDAM HJU ALLE FRUCHD AND NOCHTA BÉRTH
HWERMITHA MANNISK AND DJAR HJARA SELVA FÉDE.
THACH NE SKOLDE HJU NÉNE FRUCHD NER NOCHT NAVT NE BÉRA
BIDAM WRALDA HJA NÉNE KREFTA NE JEF.

't Is waar dar Jrtha (Aarde)

bijwijlen ook alfédstre wordt genoemd,
doordat zij aale vruchten en noten (ook: vreuges en geneugten) baart (draagt)
waarmee mens en dier zichzelf fédt (voedt).
Doch ze zou geen vrucht noch noot baren
indien Wralda haar geen krachten gaf.

AK WIVA THER HJARA BERN
MAMA LÉTA AN HJARA BROSTA
WERTHAT FÉDSTRA HÉTEN.
THA NE JÉF WR.ALDA THÉR NÉN MELOK IN
SA NE SKOLDON THA BERN THÉR NÉNE BATE BY FINDA.
SA THAT BI SLOT FON REKNONG
WR.ALDA ALLÉNA FÉDER BILIWET. ~

Ook wijven die hun bern (kinderen)

zogen aan hun borsten
worden fédstra genoemd.
Doch geeft Wralda daar geen melk in,
dan zouden de bern daar geen baat bij vinden.
Zodat per slot van rekening
Wralda alleen féder blijft.

THAT JRTHA BYHWILA WARTH AL.FÉDSTRE HETEN
AND ÉNE MAM FÉDSTRE
KAN JETA THRVCH.NE WENDE.
MEN THAT.NE MAN HIM LÉT FÉDER HÉTE
VMBE THAT.ER TAT SI.
THAT STRID WITH.AJEN ALLE {190} RÉDNUM.

Dat Jrtha soms al
fédstre genoemd wordt
en een mam fédstre
kan noch door een wende (bocht),

maar dat een man zich féder (vader = voeder) laat noemen
omdat hij taat (pa) is,
dat strijdt met-tegen alle redenen.

THA IK WÉT
WANAT THJUS DWÉSHÉD WÉI KVMTH.
HARK HIR.
SE KVMTH FON VSA LÉTHA.
AND SAHWERSA THI FOLGATH WERTHE
SA SKILUN JY THÉRTHRVCH SLAVONA WERTHA
TO SMERT FON FRYA
AND JOWE HAG.MOD TO.NE STRAF. ~

Doch ik weet

waarvan deze dwaasheid wegkomt.
Hoor hier.
Ze komt van onze vijanden,
en indien ze gevolgd wordt
dan zult u daardoor slaven worden
tot smart van Frya
en uwe hoogmoed tot een straf.

IK SKIL JO MELDA
HO T. BI THA SLAVONA FOLKAR TO GVNGEN IS.
THÉR AFTER MÉI JY LÉRA. ~
THA POPPA KANINGGAR
THAM NÉI WILKÉR LÉVA
STÉKATH WRALDA NÉI THÉRE KRONE.
UT NID THAT WR.ALDA AL.FÉDER HÉT.
SA WILDON HJA FÉDRUM THÉRA FOLKAR HÉTA. ~

Ik zal u melden

hoe het bij de slavenvolken toegegaan is.
Daarvan kunt u leren.
De vreemde koningen
die naar willekeur leven
steken Wralda naar de kroon.
Uit nijd dat Wralda alféder heet,
wilden zij fédrum (vaderen = voeders) der volkeren heten.

NW WÉT ALLERA MANNALIK
THAT.NE KÉNING NAVT OVIR.NE WAXDOM NE WELTH
AND THAT.IM SIN FÉDING
THRVCH THAT FOLK BROCHT WARTH. ~
MEN THACH WILDON HJA FVLHERDJA
BY HJARA FORMÉTENHÉD. ~

Nu weet alleman

dat een koning niet over een wasdom heerst
en dat hem zijn féding (voeding) 
door het volk gebracht wordt.
Maar toch wilden ze volharden
in hun vermetelheid.

TILTHJU HJA TO.RA DOL KVMA MACHTE
ALSA HAVON HJA THET FORMA NAVT FVLDÉN WÉST
MITH THA FRYA JEFTA
MEN HAVON HJA THAT FOLK ÉNE TINS VPLÉID.
FORI THENE SKAT THAM THÉROF KÉM
HÉRADON HJA VRLANDISKA SALT.ATHA .
THAM HJA IN.OM HJARA HOVA LÉIDON.

Om tot hun doel te kunnen komen

zijn ze ten eerste niet tevreden geweest
met de vrije giften
maar hebben ze het volk een tins (belasting) opgelegd.
Voor de schat die daarvan kwam
huurden ze overlandse salt-atha (soldaten = met zout betaalde bondgenotenen)
die ze in-om hun hoven legerden.

FORTH NAMON HJA ALSA FÉLO WIVA AS.RA LUSTE.
AND THA LITHIGA FORSTA AND HÉRA DÉDON AL.ÉN. ~
AS TWIST AND TVISPALT AFTERNÉI
INNA HUSHALDNE GLUPTE
AND THÉRVR KLACHTA KÉMON
THA HAVON HJA SÉID.

Voorts namen ze zoveel wijven als ze lustten,

en de kleine vorsten en heren deden al eender.
Als twist en tweespalt naderhand
in de huishoudens sloop
en daarover klachten kwamen,
hebben ze gezegd:

JAHWEDER MAN IS THENE FÉDER FON SIN HUSHALDEN
THÉRVMBE SKIL.ER AK BAS AND RJUCHTER {191} OVIR WÉSA.
THA KÉM WIL.KÉR
AND ÉVIN AS THAM MITHA MANNUM
INOVIR THA HUSHALDNE WELDE
GVNG.ER MITH THA KANINGGAR
INOVIR HJARA STAT AND FOLKAR DVAN.

Ieder man is de 
féder van zijn huishouden
daarom zal hij er ook baas en rechter over zijn.
Toen kwam willekeur
en evenals die met de mannen
in-over de huishoudens heerste,
ging die met de koningen
in-over hun staat en volkeren doen.

THA THA KANINGGAR ET ALSA WID BROCHT HÉDE
THAT HJA FÉDERUM THÉRA FOLKAR HÉTE
THA GVNGON HJA TO
AND LÉTON BYLDON AFTER HJARA DANTNE MAKJA.
THISSA BYLDON LÉTON HJA INNA THA CHERKA STALLA
NÉST THA BYLDON THÉRA DROCHTNE
AND THI JENA THAM THÉR NAVT FAR BUGJA NILDE
WARTH OM BROCHT JEFTHA AN KÉDNE DÉN. ~

Toen de koningen het zo ver gebracht hadden

dat ze féderen der volkeren heetten,
gingen ze toe
en lieten ze beelden naar hun gedaante maken.
Deze beelden lieten ze in de kerken stellen
naast de beelden der drochtne (afgoden, gedrochten)
en degene die daar niet voor buigen wilde
werd omgebracht of aan ketenen gedaan.

JOW ÉTHLA AND THA TWISK.LANDAR
HAVON MITH.A POPPA FORSTA OMME GVNGEN
DANA HAVON HJA THJUSE DWÉSHÉD LÉRED.
THA NAVT ALLÉNA THAT SVME JOWER MAN
HJARA SELVA SKELDICH MAKJA AN GLOR.NOMA RAW.
AK MOT IK MY VR FÉLO JOWER WIVA BIKLAGJA.

Uw voorouders en de Twisklanders

zijn met de vreemde vorsten omgegaan.
Daarvan hebben ze deze dwaasheid geleerd.
Doch niet alleen dat sommige van uw mannen
zichzelf schuldig maken aan glorienaamroof,
ook moet ik mij over vele van uw wijven beklagen.

WERTHAT BY JO MAN FVNDEN
THAM MITH WRALDA AN ÉN LIN WILLE
THÉR WERTHAT BY JO WIVA FVNDEN
THÉR ET MITH FRYA WILLE.
VMBE THAT HJA BERN BÉRED HAVE
LÉTATH HJA HJARA SELVA MODAR HÉTA.

Worden er bij uw mannen gevonden

die met Wralda op één lijn willen,
er worden er bij uw wijven gevonden
die dat met Frya willen.
Omdat ze bern (geborenen, kinderen) béred (gedragen, gebaard) hebben
laten ze zichzelf modar noemen.

THA HJA VRJETTATH
THAT FRYA BERN BÉRDE
SVNDER JENGONG ÉNIS MAN.
JA. NAVT ALLÉNA
THAT HJA FRYA AND THA ÉRE.MODAR
FON HJARA GLOR.RIKA NOMA BIRAWA WILLE
HWÉRAN HJA TACH NAVT NAKA NE MUGE.
HJA DVATH AL.ÉN
MITH.A GLOR.NOMA FON HJARA NÉSTA.

Doch ze vergeten

dat Frya bern bérde
zonder ingang van een man.
Ja, niet alleen
dat ze Frya en de eremoeder
van hun glorierijke naam beroven willen
waaraan ze toch niet naken kunnen,
ze doen al eender
met de glorienaam van hun naasten.

THÉR {192} SEND WIVA
THÉR HJARA SELVA LÉTATH FROWA HÉTA
AFSKÉN HJA WÉTE THAT THJUSE NOME
ALLÉNA TO FORSTA WIVA HÉRETH.
AK LÉTATH HJA HJARA TOGHATERA FAMNA HÉTA
VNTANKIS HJA WÉTE
THAT NÉNE MANGÉRT ALSA HÉTA NE MÉI.
WARA HJU TO ÉNE BURCH HÉRTH. ~

Er zijn wiva (echtgenotes)

die zichzelf frowa noemen laten
ofschoon ze weten dat deze naam
alleen tot vorstenwijven behoort.
Ook laten ze hun dochters famna noemen
ondanks dat ze weten
dat geen mangért zo heten mag/ kan,
ware het (tenzij) ze tot een burcht behoort.

JY ALLE WANATH
THAT JY THRVCH THAT NOMRAWA BÉTRE WERTHE
THACH JY VRJETTATH
THAT NID THÉR AN KLIWET
AND THAT ELK KWAD SINE TUCHT.RODE SÉJATH.
KÉRATH JY NAVT NE WITHER
SA SKIL TID THÉR WAXDOM AN JÉVA.
ALSA STÉRIK THAT MAN ET ENDE THÉR OF
NAVT BISJA NE MÉI.

U allen waant

dat u door dat naamroven beter wordt
doch u vergeet
dat nijd daaraan kleeft
en dat elk kwaad zijn tuchtroede zaait.
Keert u niet weerom
zo zal tijd daar wasdom aan geven,
zo sterk dat men het einde daarvan
niet bezien kan.

JOW AFTER KVMANDA SKILUN THÉRMITH FÉTARATH WERTHA.
HJA NE SKILUN NAVT NE BIGRIPA
HWANAT THI SLAGA WÉI KVME.
MEN AFSKÉN JY THA FAMNA NÉNE BURGA BVWE
AND AN LOT VRLÉTE
THACH SKILUN THÉR BILIWA.

Uw nakomenden zullen daarmee gegeseld worden.

Ze zullen niet begrijpen
waarvandaan de slagen komen,
maar ofschoon u voor de famna geen burgen bouwt
en aan hun lot overlaat,
toch zullen er (famna) blijven.

HJA SKILUN FONUT WALD AND HOLUM KVMA.
HJA SKILUN JOW AFTER KVMANDE BIWISA.
THAT JY THÉR WILLENS SKILDECH AN SEND.
THAN SKIL MAN JO VRDEMA.
JOW SKINA SKILUN VRFÉRTH
FON UT.A GRÉVUM RISA.

Ze zullen vanuit woud en holen komen.

Ze zullen uw nakomenden bewijzen,
dat u daar willens schuldig aan zijt.
Dan zal men u verdoemen.
Uw skina (schijnen, schimmen) zullen vervaard (bevreesd)
vanuit de graven rijzen.

HJA SKILUN WR.ALDA.
HJA SKILUN FRYA
AND HJRA FAMNA ANHROPA
THA NIMMAN SKIL.ER AWET AN BÉTRA NE MUGE
BIFARA THAT JOL INOP EN ORE HLAP.HRING TRÉTH.
MEN THAT SKIL ÉRIST BÉRA
AS THRÉ-THUSAND JÉR VR.HLAPEN SEND.
AFTER THISSE ÉW. ~

Ze zullen Wralda,

ze zullen Frya
en hun famna aanroepen
doch niemand zal er iets aan kunnen beteren
voordat het Jol in-op een andere loopring treedt.
Maar dat zal pas gebeuren
als drieduizend jaar verlopen zijn,
na deze eeuw.

ENDE FON RIKA.S BRÉF.


Einde van Rika's brief.

No comments:

Post a Comment