11 September 2013

6d. Nederlands

{150/19}
HO FRISO FORTHER DÉDE.
FON SIN ÉROSTE WIF
HÉDER JETA TWÉN SVIARINGA BIHALDA.
THÉR SÉR KLOK WÉRON.
HETTO. THAT IS HÉTE. THENE JONGSTE
SKIKT.ER AS SENDA BODA NÉI KATTA.BURCH
THAT DJAP INNA SAXANAR MARKA LÉID.

Hoe Friso verder deed.

Van zijn eerste wijf
had hij nog twee zwagers behouden,
die zeer kloek waren.
Hetto, dat is hete, de jongste
schikte hij als zendbode naar Kattaburch
dat diep in de Saxanarmarka ligt.

HI HÉDE FON FRISO MITH KRÉJEN
SJUGON HORSA. BUTA SIN AJN.
TO LÉDEN MITH KESTLIKA SÉKUM.
THRVCH THA SÉ.KAMPAR RAWED.

Hij had van Friso meegekregen

zeven paarden, buiten zijn eigen,
toebeladen met kostelijke zaken,
door de zeekampers geroofd.

BI JAHWEDER HORS
WÉRON TWÉN JONGA SÉ.KAMPAR
AND TWÉN JONGA HRUTAR
MITH RIKA KLADARUM KLATH
AND JELD IN HJARA BUDAR.

Bij ieder paard

waren twee jonge zeekampers
en twee jonge ruiters
met rijke klederen gekleed
en geld in hun buidel.

ÉVIN AS.ER HETTO {151} NÉI KATTA.BURCH SKIKTE.
SKIKTER BRUNO. THAT IS BRUNE.
THENE OTHERA SVJARING NÉI MANNA.GARDA.WRDA.
MANNA.GARDA.WRDA IS FARIN THIT BOK.
MANNA.GARDA.FORDA SKRÉVEN.
MEN THAT IS MIS DÉN.

Zoals hij Hetto naar Kattaburch schikte,

schikte hij Bruno, dat is bruine,
de andere zwager naar Mannagarda-oorda.
Mannagarda-oorda is voorin dit boek
als Mannagarda-forda geschreven,
maar dat is mis gedaan.

ALLE RIKDOMA THÉR HJA MITH HEDE
WRDON NÉI OMSTAND WÉISKANKT.
ANTHA FORSTA AND FORSTENE
AND AN THA UTFORKÉRNE MANGÉRTNE.

Alle rijkdommen die hij mee had

werden naar omstand weggeschonken
aan de vorsten en vorstinnen
en aan de uitverkorene meisjes.

KÉMON THA SINA KNAPA VPPA THÉRE MÉID
VMBE THÉR MITH.ET JONGK.FOLK TO DONSJANE.
SA LÉTON HJA KVRA MITH KRUD.KOK KVMA
AND BARGUM JEFTHA TONNUM FON THA BESTA BJAR.

Kwamen dan zijn knapen op de mé
id (schenkplaats, feestruimte?)
om daar met het jongvolk te dansen,
dan lieten ze korven met kruidkoek komen
en bargen of tonnen van het beste bier.

AFTER THISSA BODON LÉT.ER IMMER
JONGK.FOLK OVER THA SAXANAR MARKA FARA.
THÉR ALLE JELD INNA BUDAR HÉDE
AND ALLE MÉIDA JEFHA SKANKADJA MITH BROCHTON.
AND VPPA THÉRE MÉID
TÉRADON HJA ALON VNKVMMERLIK WÉI.

Na deze boden liet hij immer

jongvolk door de Saxanarmarka reizen
die altijd geld in de buidel hadden
en allerlei méida of geschenken meebrachten
en op de méid (?)
verteerden ze allen onbekommerd weg.

JEF.T NV BÉRDE
THAT THA SAXANA KNAPA THÉR NIDICH NÉI UTSAGON
THAN LAKTON HJA GODLIK AND SÉIDON
ASTE THVRATH THENE MÉNA FJAND TO BIKAMPANE
SA KANST THIN BRÉID JET FUL RIKER MÉIDA JAN
AND THAN JET FORSTLIK TÉRA.

Als het nu gebeurde

dat de Saxana knapen daar nijdig naar keken
dan lachten ze goedig en zeiden:
Als je durft de gezamelijke vijand te bevechten
dan kun je jouw bruid nog veel rijkere geschenken geven
en dan nog vorstelijk verteren.

ALBÉDA SVIARINGA FON FRISO SEND BOSTIGJAD
MITH TOGHATERUM THÉRA ROMRIKSTA FORSTUM.
AND AFTERNÉI KÉMON THA SAXANAR KNAPA AND MANGÉRTNE
BY ÉLLE KEDDUM NÉI THAT FLI.MAR DEL.~

Beide zwagers van Friso zijn gekoppeld

aan dochters van de roemrijkste vorsten
en naderhand kwamen de Saxanar knapen en meisjes
met hele kuddes naar het Fliemeer omlaag.

THA BURGFAMNA AND THA ALDA FAMNA
THÉR JETA FON HJAR ÉRE GRATHÉD {152} WISTE.
NIGADON NAVT VR NÉI FRISO.S BIDRIV.
THÉRVMBE NE KÉTHON HJA NÉN GOD FON HIM.
MEN FRISO SNODER AS HJA.
LÉT RA SNAKA.

De burgfamna en de oude famna

die nog hun vroegere grootheid wisten,
neigden niet over naar Friso's bedrijf.
Daarom spraken zij geen goed van hem.
Maar Friso, snoder als hun,
liet ze kletsen.

MEN THA JONGA FAMNA SPOND.ER
MITH GOLDNE FINGRUM AN SINA SÉK.
HJA SÉIDON ALOMME
WI NAVATH LONGER NÉN MODER MAR.
MEN THAT KVMTH DANA THAT WI JÉROCH SEND.

Maar de jonge famna spon hij

met gouden vingers aan zijn zaak.
Zij zeiden alom:
Wij hebben niet langer een moeder,
maar dat komt omdat we meerderjarig zijn.

JVD PAST VS.NE KANING
TILTHJU WI VSA LANDA WITHER WINNA
THÉR THA MODERA VRLÉREN HAVE
THRVCH HJARA VNDIGERHÉD. ~

Heden past ons een koning

opdat we onze landen terugwinnnen
die de moeders verloren hebben
door hun onzorgvuldigheid.

FORTH KÉTHON HJA.
ALREK FRYA.S BERN IS FRIDOM JÉVEN.
SIN STEM HÉRA TO LÉTANE
BIFARA THÉR BISLOTEN WARTH
BI T KJASA ÉNRE FORSTE.

Voorts verklaarden ze:

"Elk Fryaskind is de vrijheid gegeven
zijn stem horen te laten
voordat er besloten wordt
bij het kiezen van een vorst.

MEN AST ALSA WID KVMA MACHTE
THAT J JO WITHER.NE KANING KJASA.
SA WIL IK AK MIN MÉNE SEGE.
NÉI AL HWAT IK SKOJA MÉI.
SA IS FRISO THÉRTO THRVCH WR.ALDA KÉREN.
HWAND HI HETH.IM WONDERLIK HIR HINNE WÉJAD.

Maar als het zo ver komen mocht

dat u zich weer een koning kiest
dan wil ik ook mijn mening zeggen.
Na al wat ik schouwen kan,
zo is Frsio daartoe door Wralda gekozen,
want hij heeft hem wonderlijk hierheen geweid.

FRISO WÉT THA HRENKA THÉRA GOLUM
HWAMHIS TALE HI SPRÉKTH.
HI KAN THUS AJEN HJARA LESTUM WAKA.
THAN IS THÉR JETA AWET TO SKOJANDE.
HOK GRÉVA SKOLDE MAN TO KANING KJASA
SVNDER THAT THA ORA THÉR NIDICH VR WÉRON. ~

Friso weet de renken (listen) van de Golum

wiens taal hij spreekt.
Hij kan dus tegen hun listen waken.
Dan is er nog iets te beschouwen.
Wat voor gréva zou met tot koning kiezen
zonder dat de andere daar nijdig over waren?"

ALDULKERA TALUM WARTH
THRVCH THA JONGA FAMNA KETHEN.
MEN THA ALDA FAMNA
AFSKÉN FÉ AN TAL.
TAPADON HJARA RÉDNE UTEN OTHERA BARG.

Al dergelijke taal werd

door de jonge famna gesproken.
Maar de oude famna,
ofschoon weinig in getal,
tapten hun raadgevingen uit een ander vat.

HJA KÉTHON ALLERWÉIKES
AND TO ALRA MANNALIK.
FRISO KÉTHON HJA.
DVATH SA THA SPINNA {153} DVAN.
THES NACHTIS SPONTH.I NETTA NÉI ALLE SIDUM
AND THES DÉIS VRSKALKTH.I THÉR
SINA VN.AFTER.TOCHTLIKA FRJUNDA IN. ~

Zij spraken overal

en tot alleman:
"Friso", zeiden ze,
"doet zo de spinnen doen.
Des nachts spint hij netten naar alle zijden
en des daags verschalkt hij daar
zijn onachterdochtlijke (nietsvermoedende) vrienden in.

FRISO SÉITH THAT.ER NÉNE PRESTERA
NER POPPA FORSTA LIDE NE MÉI.
MEN IK SEG.
HI NE MÉI NIMMAN LIDA AS HIM SELVA.
THÉRVMBE NIL HI NAVT NE DAJA
THAT HJU BURCH STAVJA WITHER VP HÉJATH WARTH. ~

Friso zegt dat hij geen priesters

noch vreemde vorsten lijden kan.
Maar ik zeg,
hij kan niemand lijden dan hemzelf.
Daarom wil hij niet gedogen
dat de burcht Stavja weer opgebouwd wordt.

THÉRVMBE NIL HI NÉNE MODER WÉRHA. ~
JUD IS FRISO JOW RÉD JÉVAR.
MEN MORNE WIL HI JOW KANING WERTHA.
TILTHJU HI OVIR JO ALLE RJUCHTA MÉI. ~

Daarom wil hij geen moeder terughebben.

Heden is Friso uw raadgever,
maar morgen wil hij uw koning worden,
opdat hij over u allen rechten kan."

INNA BOSM THES FOLKIS
ANTSTONDON NW TWA PARTIJA.
THA ALDA AND ARMA
WILDON WITHER ÉNE MODER HA.
MEN THAT JONGK.FOLK
THAT FVL STRIDLUST WÉRE.
WILDE.NE TAT JEFHA KANING HA.

In de boezem des volks

ontstonden nu twee partijen;
de ouden en armen
wilden weer een moeder hebben,
maar het jongvolk
dat vol strijdlust was
wilde een taat (pa) of koning hebben

THA ÉROSTA HÉTO HJARA SELVA MODER HIS SVNA
AND THA OTHERA HÉTON HJARA SELVA TAT.HIS SVNA.
MEN THA MODER.HIS SVNA NE WRDE NAVT NI MELD.
HWAND THRVCHDAM THÉR FÉLO SKÉPA MAKED WRDE.
WAS HÉR OVIRFLOD TO FARA SKIPMAKAR.
SMÉDA. SIL.MAKAR RÉP.MAKER
AND TO FARA ALLE ORA AMBACHTIS LJUD.

De eersten noemden zichzelf moederszonen

en de anderen noemden zichzelf taatszonen.
Maar de moederszonen werden niet gehoord.
Want doordat er veel schepen gemaakt werden,
was hier overvloed voor schipmakers,
smeden, zijlmakers, touwmakers
en voor alle andere ambachtslieden.

THÉR TO BOPPA BROCHTON THA SÉ.KAMPAR
ALLERLÉJA SIRHÉDA MITH.
THÉR FON HÉDON THA WIVA NOCHT.
THA FAMNA NOCHT. THA MANGÉRTNE NOCHT.
AND THÉROF HÉDON AL HJARA MÉGUM NOCHT
AND AL HJARA FRJUNDUM AND ATHUM.

Bovendien brachten de zeekampers

allerlei sierheden mee.
Daarvan hadden de wijven genot,
de famna genot, de meisjes genot,
en daarvan hadden al hun magen (verwanten) genot
en al hun vrienden en bondgenoten.

THA FRISO BI FJUWERTICH JÉR
ET {154} STAVEREN HUSHALDEN HÉDE
STURF.ER.~
THRVCH SIN BIJELDA
HÉDE.R FÉLO STATA
WITHER TO MANLIK OTHERUM BROCHT.

Toen Frsio rond de veertig jaar

te Staveren huisgehouden had
stierf hij.
Door zijn bijgelden (medewerken)
heeft hij vele staten
weer tot malkander gebracht.

THACH JEF WI THÉRTHRVCH BÉTER WRDE
THVR IK NAVT BIJECHTA. ~
FON ALLE GRÉVA THÉR BIFARA HIM WÉRON.
N.AS THÉR NIMMAN SA BIFAMED LIK FRISO WÉST.

Doch of wij daardoor beter werden

durf ik niet beoordelen.
Van alle gréva die hem voorgingen
was er niemand zo befaamd als Friso geweest.

THA SA AS.K ÉR SÉIDE.
THA JONGA FAMNA KÉTHON SINA LOVE
THAHWILA THA ALDA FAMNA ELLA DÉDON
VMB.IM TO ACHTJANE AND HATLIK TO MAKJANE
BI ALLE MANNISKA. ~

Doch zoals ik eerder zei,

de jonge famna spraken zijn lof,
terwijl de oude famna alles deden
om hem te verachten en gehaat te maken
bij alle mensen.

NW NE MACHTON THA ALDA FAMNA HIM THÉR.MITHA
WEL NAVT NE STORA IN SINA BIJELDINGA.
MEN HJA HAVON MITH HJARA BARA
THACH ALSA FUL UTRJUCHT
THAT.ER STURVEN IS
SVNDER THAT ER KANING WÉRE. ~

Nu konden de oude famna hem daarmee

weliswaar niet storen in zijn begeldingen,
maar ze hebben met hun (mis)baar
toch zoveel uitgericht
dat hij gestorven is
zonder dat hij koning was.

NW WIL IK SKRIWA VR A.DEL SIN SVNV. ~
FRISO THÉR VSA SKIDNESE LÉRED HÉDE
UT.ET BOK THÉRA A.DEL.LINGA
HÉDE ELLA DÉN
VMBE HJARA FRIUNDSKIP TO WINNANDE.
SIN ÉROSTE SVNV
THÉR HI HIR WON BY SWÉT.HIRTE SIN WIF.
HETH.ER BI STONDA A.DEL HÉTEN.

Nu wil ik schrijven over Adel zijn zoon.

Friso die onze geschiedenis geleerd had
uit het boek der Adellingen,
had alles gedaan
om hun vriendschap te winnen.
Zijn eerste zoon
die hij hier won bij Swéthirte zijn wijf,
heeft hij meteen Adel genoemd.

AND AFSKÉN HI KAMPADE MITH AL SIN WELD.
VMBE NÉNE BURGA TO FORSTALANE
NER WITHER VP TO BVWANDE.
THACH SAND HI A.DEL
NÉI THÉRE BURCH ET TEX.LAND
TIL THJU HI DIGER BI DIGER
KVD WERTHA MACHTA.
MITH ELLA HWAT TO VSA ÉWA
TALE AND SEDUM HÉRETH. ~

En ofschoon hij kampte met al zijn macht

om geen burgen te herstellen
noch weer op te bouwen,
toch zond hij Adel
naar de burcht te Texland
opdat hij langzaam maar zeker
bekend worden kon
met alles wat tot onze éwa (wetten),
taal en zeden behoort.

THA A.DEL TWINTICH JÉR TALDE
LÉT FRISO {155} HIM TO SIN AJN SKOL KVMA.
AND AS.ER THÉR UT LÉRED WAS.
LÉT.ER HIM THRVCH.OVIR ALLE STATA FARA. ~

Toen Adel twintig jaar telde

liet Friso hem tot zijn eigen school komen.
En toen hij uitgeleerd was,
liet hij hem door alle staten varen.

A.DEL WAS.NE MINLIKA SKALK.
BI SIN FARA HETH.ER FÉLO ATHA WNNEN.
DANA IS.T KVMEN
THAT.ET FOLK HIM ATHA.RIK HÉTEN HETH.
AWET HWAT.IM AFTERNÉI SA WEL TO PASE KÉM

Adel was een beminnelijke schalk.

Met zijn varen (reizen) heeft hij vele atha (bondgenoten) gewonnen.
Zo is het gekomen
dat het volk hem Atha-rik genoemd heeft.
Iets wat hem later zo goed van pas kwam.

HVAND AS SIN TAT FALLEN WAS.
BILÉV.ER IN SIN STÉD.
SVNDER THAT ER VR.ET KJASA
ÉNER OTHERA GRÉVA SPRÉKA KÉM. ~ ~ ~

Want toen zijn taat (pa) gevallen was,

bleef hij in zijn positie,
zonder dat er over het kiezen
van een andere gréva sprake kwam.

THAHWILA A.DEL TO TEX.LAND INNA LÉRE WÉRE.
WAS THÉR TEFTA
EN ÉLLE LJAWE FAM IN VPPER BURCH.
HJU KÉM FONUT THA SAXANA.MARKUM WÉI.
FONUT.ÉRE STATHA THÉR IS KÉTHEN SVOBA.LAND
THÉRTHRVCH WARTH HJU TO TEX.LAND SVOBENE HÉTEN.
AFSKÉN HJRA NOME JFKJA WÉRE. ~

Terwijl Adel te Texland in de leer was,

was er tevens
een heel lieve fam op de burcht.
Ze kwam vanuit de Saxanamarken weg,
vanuit de staat die is genoemd Svobaland.
Daardoor werd ze te Texland Svobene genoemd,
ofschoon haar naam Jfkja was.

A.DEL HÉDE HJA LJAF KRÉJEN
AND HJU HÉDE A.DEL LJAF.
MEN SIN TAT BÉD.IM
HI SKOLDE JET WACHTJA.

Adel had haar lief gekregen

en zij had Adel lief.
Maar zijn taat bad hem
hij zou nog wachten.

A.DEL WAS HÉRICH.
MEN ALSA RING SIN TAT FALLEN WAS
AND HI SÉTEN.
SAND HI BISTONDA BODON
NEI BERTH.HOLDA HJRA TAT HIN.
AS.ER SINE TOGHTER TO WIF HAVA MACHTE.

Adel was gehoorzaam,

maar zodra zijn taat gevallen was
en hij gezeten,
zond hij terstond boden
naar Berthholda haar taat heen,
of hij zijn dochter tot wijf hebben kon.

BERTH.HOLDA WÉRNE FORSTE FON VNFORBASTERE SÉD.
HI HÉDE JFKJA NÉI TEX.LAND INNA LÉRE SVNDEN
INNER HAPE THAT HJA ÉNES TO BURCH.FAM KÉREN WRDE SKOLDE
IN SINE AJN LAND.
THACH HI HÉDE HJARA BÉDER GÉRTE KANNA LÉRED.
THÉRVMB GVNG.ER TO
AND JEF HJAM SINA SÉJEN. ~

Berthholda was een vorst van onverbasterde zeden.

Hij had Jfkja naar Texland in de leer gezonden
in de hoop dat ze eens tot burchfam gekozen worden zou
in zijn eigen land.
Doch hij had hun beider begeerte kennen geleerd.
Daarom ging (gaf) hij toe
en gaf hun zijn zegen.

JFKJA WÉR.NE {156} KANTE FRIAS.
FAR SA FÉRE IK HJA HAV KANNA LÉRED
HETH HJU ALON WROCHT AND WROT
TILTHJU FRIASBERN WITHER KVMA MACHTE
VNDERA SELVA É.WA
AND VNDER ÉNEN BON.

Jfkja was een kante (scherpe, zuivere) Fryas.

Voor zover ik haar heb kennen geleerd
heeft ze alles gewrocht en gevroed
opdat de Fryasbern weer komen konden
onder dezelfde éwa (wetten)
en onder één bond.

VMBE THA MANNISKA VPPA HJRA SID TO KRÉJANDE.
WAS HJU MITH HJRA FRJUDELF FON OF HJRA TAT
THRVCH ALLE SAXANA MARKA FAREN
AND FORTH NÉI GÉRT.MANNJA.
GÉRT.MANNJA ALSA HÉDON THA GÉRT.MANNA
HJARA STAT HÉTEN.
THÉR HJA THRVCH GOSA HJRA BIJELDINGA KRÉJEN HÉDE.

Om de mensen aan haar zijde te krijgen,

was ze met haar bruidegom vanaf haar taat
door alle Saxanamarka gevaren
en voorts naar Gértmannja.
Gértmannja zo hadden de Gértmanna
hun staat genoemd,
die ze door Gosa haar begeldingen (toedoen) gekregen hadden.

DANA GVNGON HJA NÉI THA DÉNE.MARKA.
FON THA DÉNA.MARKA GVNGON HJA SKYP NÉI TEX.LAND.
FON TEX.LAND GVNGON HJA NÉI WEST FLILAND
AND SA ALINGEN THA SÉ NÉI WAL.HALLA.GARA HIN.

Daarna gingen ze naar de D
énemarka.
Van de Dénamarka gingen ze per schip naar Texland.
Van Texland gingen ze naar Westfliland
en zo langs de zee naar Walhallagara.

FON WAL.HALLA.GARA BRUDON HJA
ALINGEN THÉRA SUDER HRÉNUM
ALONT HJA MITH GRATE FRÉSE
BOPPA THÉRE RÉNE BY THA MARSATA KÉMON
HWÉRFON VSA A.POL.LANJA SKRÉVEN HETH.

Van Walhallagara bruiden ze

langs ze zuider-Hrénum
totdat ze met grote vrees
boven de Réne bij de Marsata kwamen
waarvan onze Apollanja geschreven heeft.

THA HJA HÉR EN STUT WÉST HÉDE
GVNGON HJA WITHER NÉI THA DELTA.
AS HJA NW EN TID LONG NÉI THA DELTA OF.FAREN WÉRON
ALONT HJA INNA STRÉK FON THÉRE ALDA BURCH AKEN KÉMON
THA SIND THÉR VNWARLINGA FJUWER SKALKA MORTH
AND NAKED UTEKLAT.

Toen ze hier een stuit (Zeeuws: poosje) geweest waren

gingen ze weer naar de delta (laagte).
Als ze nu een tijd lang naar de delta afgevaren waren
totdat ze in de streek van de oude burcht Aken kwamen,
zijn er onverwacht vier schalken vermoord
en naakt uitgekleed.

HJA WÉRON EN LITH AFTER AN KVMEN.
MIN BROTHER THÉR VRAL BY WAS
HÉDE HJA OFTEN VRBÉDEN
THACH HJA NÉDE NAVT NE HÉRED.
THA BONAR {157} THÉR THAT DÉN HÉDE
WÉRON TWISK.LANDAR
THÉR JUDDÉGA DRIST WÉI OVIRA HRÉNA KVMA
TO MORDA AND TO RAWANDE.

Ze waren iets achter gebleven.

Mijn broeder die overal bij was,
had hun vaak gewaarschuwd
doch ze hadden niet geluisterd.
De moordenaars die dat gedaan hadden
waren Twisklanders
die hedendage driest over de Hréna komen
om te moorden en roven.

THA TWISK.LANDAR THAT SIND BANNANE
AND WÉI BRITNE FRYA.S BERN.
MEN HJARA WIVA HAVATH HJA FON THA TARTARUM. RAWET.
THA TARTARA IS EN BRUN FINDA.S FOLK
ALTHUS HÉTEN THRVCH DAM HJA ALLE FOLKA TO STRIDA UTTARTA.

De Twisklanders dat zijn bannelingen

en weggebrachtene Fryasbern.
Maar hun wijven hebben ze van de Tartaren geroofd.
De Tartaren zijn een bruin Findasvolk,
aldus genoemd doordat ze alle volken tot strijden uittarten.

HJA SIND AL HRUTAR AND RAWAR.
THÉRFON SEND THA TWISK.LANDAR
ALSA BLOD.THORSTICH WRDEN.
THA TWISKLANDAR THAM THJUS ARGNISE DÉN HÉDE.
HÉTON HJARA SELVA FRIA JEFHA FRANKA.

Ze zijn al ruiters en rovers.

Daarvan zijn de Twisklanders
zo bloeddorstig geworden.
De Twisklanders die deze ergnis (-heid) gedaan hadden,
noemden zichzelf Vrijen of Franken.

THÉR WÉRON SÉIDE MIN BROTHER.
RADA. BRUNA. AND WITA MONG.
THÉRA THÉR RAD JEFTHA BRUN WÉRON
BITON HJARA HÉRE MITH SJALK.WÉTER WIT.
NÉI DAM HJARA ONTHLITA THÉR BRUN BI WÉR
ALSA WRDON HJA THESTO LÉDLIKER THÉR THRVCH.

Daar waren, zei mijn broeder,

rode, bruine en witte bij.
Zij die rood of bruin waren
beten hun haar met sjalkwater wit.
Omdat hun aangezicht daar bruin bij was,
werden ze er deste lelijker door.

ÉVIN AS A.POL.LANJA BISKOJADON HJA
AFTERNÉI LYDA.S BURCH ANDET ALDER.GA.
DANA TAGON HJA INOVIR STAVEREN.S.WRDA
BY HJARA LJUDA ROND.
ALSA MINLIK HÉDON HJA HJARA SELVA ANSTALED.
THAT THA MANNISKA RA ALLERWÉIKES HALDA WILDE. ~

Evenals Apollanja beschouwden ze

daarna Lydasburch en het Alderga.
Daarna togen ze over Staverens oorden
bij hun lieden rond.
Zo beminnelijk hebben ze zichzelf opgesteld,
dat de mensen hen overal behouden wilden.

THRÉ MONATHA FORTHER
SAND A.DEL BODON NÉI ALLE ATHUM
THÉR HI BIWNNEN HÉDE.
AND LÉT THAM BIDDA.
HJA SKOLDON INNA MINNA MONATH
LICHTA LJUDA TO HIM SENDA.


Drie maanden later
zond Adel boden naar alle athen (bondgenoten)
die hij bewonnen had,
en liet hun bidden,
ze zouden in de minnemaand
lichte (wijze) lieden tot hem zenden.

No comments:

Post a Comment