08 September 2013

6c. Nederlands

{143}
...? MIN ÉTHLA HAVON 
IN AFTER THIT BOK SKRÉVEN.
THIT WIL IK BOPPA ELLA DVA.
VMBE THAT.ER IN MIN STAT NÉN BURCH OVIR IS.
HWÉR IN THA BÉRTNESA
VPSKRÉVEN WRDE LIK TOFARA. ~

Mijn voorouders hebben 
achterin dit boek geschreven.
Dat wil (ook) ik boven al doen,
omdat er in mijn staat geen burcht over is,
waarin de gebeurtenissen
opgeschreven worden zoals vroeger.

MIN NOME IS KONE.RÉD.
MIN TAT.HIS NOME WAS FRÉTHO.RIK.
MIN MEM.HIS NOME WIL.JOW.
AFTER TAT.HIS DAD
BEN IK TO SINA FOLGAR KÉREN.
AND THA.K FIFTICH JÉR TELDE
KAS MEN MY TO VRSTE GRÉVET.MAN. ~

Mijn naam is Koneréd.
Mijn pa's naam was Fréthorik,
mijn ma's naam Wiljow.
Na pa's dood
ben ik tot zijn volger gekozen,
en toen ik vijftig jaar telde
koos men mij tot overste Grévetman.

MIN TAT HETH SKRÉVEN
HO THA LINDA.WRDA
AND THA LJUD.GARDNE VRDILGEN SEND.
LINDA.HÉM IS JETA WÉI.
THA LINDA.WRDA FAR EN DÉL.
THA NORTH.LIKA LJUD.GARDNE
SEND THRVCH THENE SALTA SÉ BIDELVEN.
THAT BRUWSENDE HEF
SLIKTH ANTHA HRING.DIK THÉRE BURCH. ~

Mijn pa heeft beschreven
hoe de Lindaoorden
en de Ljudgaarden verdolgen zijn.
Lindaheim is nog weg,
De Lindaoorden voor een deel.
De noordelijke Ljudgaarden
zijn door de zoute zee bedolven.
Het bruisende hef
likt aan de ringdijk van de burcht.

LIK TAT MELTH HETH
SA SEND THA HAVA.LASA MANNISKA TO GVNGEN
AND HAVON HUSKES BVWED
BINNA THA HRING.DIK THÉRE BURCH.
THÉRVMBE IS THAT ROND.DÉL NW LJUD.WÉRD HÉTEN. ~ 
THA STJURAR SEGATH LJV.WRD
MEN THAT IS WAN.SPRÉKE. ~

Zoals pa vermeld heeft
zijn de haveloze mensen erheen gegaan
en hebben huisjes gebouwd
binnen de ringdijk dan de burcht.
Daarom wordt dat ronddeel nu Ljudwérd genoemd.
De sturen zeggen Ljuwerd
maar dat is wanspraak.

BI MINA JUGED WAS.T ORE LAND
THAT BUTA THA HRING.DIK LÉID.
AL POL AND BROK.
MEN FRIA.S FOLK IS DIGER AND FLITICH.
HJA WRDON MOD NER WIRG
THRVCHDAM HJARA DOL TO THA BESTA LÉIDE.

In mijn jeugd was het andere land
dat buiten de ringdijk ligt
allemaal poel en broek.
Maar Frya's volk is zorgvuldig en vlijtig.
Ze worden moe noch wierig (verward)
doordat hun doel tot het beste leidt.

THRVCH SLATA TO DELVANE
AND KADIKA TO MAKJANE FON THA GRVND
THÉR UT.A SLATA KÉM.
ALSA HAVON WI WITHER EN GODE HÉM
BUTA THA HRING.DIK.
THÉR THJU DANTE HETH FON EN HOF.
THRÉ {144} PÉLA ASTWARTH
THRÉ PÉLA SUD.WARTH
AND THRÉ PÉLA WÉST.WARTH MÉTEN. ~

Door sloten te delven
en kadijken te maken van de grond
die uit de sloten kwam,
zo hebben we weer een goede heim
buiten de ringdijk,
die de gedaante heeft van een hoef.
Drie palen oostwaarts,
drie palen zuidwaarts
en drie palen westwaarts gemeten.

HJUD DÉGUM SEND WI TO DVANDE
A.PÉLA TO HÉJANDE.
VMB.ÉNE HAVE TO WINNANDE
AND MITH.ÉN VMB.VSA HRING.DIK TO BISKIRMENDE.
JEF.ET WERK RÉD SI.
SA SKILUN WI STJURAR UT.LVKA. ~

Hedendagen zijn we doende
waterpalen te heien,
om een haven te winnen
en meteen om onze ringdijk te beschermen.
Als het werk gereed is,
dan zullen we sturen aanlokken.

BI MIN JUGED STAND.ET HIR BJUSTRE OM.TO.
MEN JUD SEND THA HUSKES AL HUSA
THÉR AN RÉJA STAN.
AND LEK AND BREK
THÉR MITH ERMODE HIR IN GLUPTH WÉRON.
SEND THRVCH FLIT ABUTA DRÉVEN. ~

In mijn jeugd stond het hier bijster (chaotisch) aan toe,
maar heden zijn de huisjes al huizen
die in rijen staan.
En lek en gebrek
die met armoede binnengeslopen waren,
zijn door vlijt verdreven.

FON HIR UT MÉI ALLERA MANNALIK LÉRA
THAT WR.ALDA VSA AL.FODER
AL SINA SKEPSELA FOT.
MITS THAT HJA MOD HALDE
AND MANLIK OTHERUM HELPA WILLE.

Van hieruit kan alleman leren
dat Wralda onze alvoeder
al zijn schepselen voedt,
vermits ze moed houden
en malkander helpen willen.

NV WIL IK VR FRISO SKRIVA. 
FRISO THÉR AL WELDICH WÉRE THRVCH SIN LJUD
WARTH AK TO VRSTE.GRÉVE KÉRN
THRVCH STAVEREN.S OMME.LANDAR.
HI SPOT MITH VSA WISA FON LAND.WÉR AND SÉ.KAMPA.
THÉRVMBE HETH.ER EN SKOL STIFT
HWÉR IN THA KNAPA FJUCHTA LÉRA
NÉI KRÉKALANDAR WISA.

Nu wil ik over Friso schrijven
Friso die al machtig was door zijn lieden
werd ook tot overste gréve gekozen
door Staveren's ommelanden.
Hij spotte met onze wijze van landweer en zeekampen.
Daarom heeft hij een school gesticht
waar de knapen vechten leren
naar Krékalander wijze.

THAN IK LAV
THAT.I THAT DÉN HETH
VMB THAT JONGK.FOLK AN SIN SNOR TO BINDANE.
IK HAV MIN BROTHER THÉR AK HIN SKIKTH
THA.S NV THJAN JÉR LÉDEN.

Dan geloof ik
dat hij dat gedaan heeft
om het jongvolk aan zijn snoer te binden.
Ik heb mijn broeder daar ook heengezonden -
dat is nu tien jaar geleden.

HWAND TOCHTIK
NV WI NÉNE MODER LONGER NAVT NAVE
VMBE THA ÉNEN AJEN THA ORE TO BISKIRMANDE
ACH IK DUBBEL TO WAKANE
THAT HI VS NÉN MASTER NE WARTH. ~ {145}

Want, dacht ik,
nu we niet langer een Moeder hebben
om de een tegen de ander te beschermen,
moet ik er dubbel voor waken
dat hij ons niet meester wordt.

GOSA NETH VS NÉNE FOLGSTERE NOMETH.
HÉR VR NIL IK NÉN ORDÉL NE FELLA.
MEN HÉR SEND JETA ALDA ARG.THENKANDE MANNISKA
THÉR MÉNE THAT HJU.T THÉR.VR MITH FRISO ÉNIS WRDEN IS.

Gosa heeft ons geen opvolgster genoemd.
Hierover wil ik geen oordeel vellen.
Maar hier zijn nog oude ergdenkende mensen
die menen dat ze het daarover met Friso eens geworden is.

THA GOSA FALLEN WAS
THA WILDON THA LJUD FON ALLE WRDA
ÉNE OTHERE MODER KJASA.
MEN FRISO THÉR TO DVANDE WÉRE
VMB EN RIK TO FARA HIM SELVA TO MAKJANE
FRISO NE GÉRDE NÉN RÉD
NER BODO FON TEX.LAND.

Toen Gosa gevallen was,
wilden de lieden van alle oorden
een andere Moeder kiezen.
Maar Friso - die doende was
om een rijk voor hemzelf te maken -
Friso begeerde geen raad
noch boden van Texland.

AS THA BODON THÉRA LAND.SATUM TO HIM KÉMON
SPREK.I ANDE KÉTH.
GOSA SÉID.ER WAS FÉR.SJANDE WÉST.
AND WISER ALLE GRÉVA ETSÉMNE
AND THACH NÉDE HJU NÉN LJUCHT NER KLARHÉD
IN THJUSE SÉKE NE FVNDEN.

Als de boden van de Landzaten tot hem kwamen
sprak hij en verkondigde:
"Gosa", zei hij, "was verziende geweest
en wijzer dan alle gréva tesamen
en toch had ze geen licht nog klaarheid
in deze zaak gevonden.

THÉRVMBE NÉDE HJU NÉNE MOD HAN
VMBÉNE FOLGSTERE TO KJASANE.
AND VMBÉNE FOLGSTERE TO KJASANE
THÉR TVIVELIK WÉRE
THÉR HETH HJU BALD IN SJAN.

Daarom had ze geen moed gehad
om een volgster te kiezen.
En om een volgster te kiezen
die twijfelachtig was
daar had ze kwaad in gezien.

THÉRVMBE HETH HJU
IN HJARA UTROSTE WILLE SKRÉVEN.
THAT IS JOW BÉTRE NÉNE MODER TO HAVANDE
AS ÉNE HWÉR VPP JO SELVA NAVT FORLÉTA NE MÉI.  

Daarom heeft ze
in haar uiterste wil geschreven
dat het voor u beter is geen Moeder te hebben,
dan een waarop u zich niet verlaten kan."

FRISO HÉDE FUL SJAN.
BI ORLOCH WAS.ER VPBROCHT.
AND FON THA HRENKUM AND LESTUM
THÉRA GVLUM AND FORSTUM
HÉD.ER KREK SA FUL LÉRED AND GETH
AS.ER NÉDICH HÉDE
VMBE THA ORA GRÉVA TO WÉIANDE
HWÉR HI HJAM WILDE. ~
SJAN HIR HO.R THÉR.MITH TO GVNGEN IS. ~ ~ ~ {146}

Friso had veel gezien.
Met oorlog was hij opgegroeid
en van de renken en listen
van de golen en vorsten
had hij juist zoveel geleerd en verkregen
als hij nodig had
om de andere gréva te weiden
waar hij ze wilde.
Zie hier hoe hij daarmee toegegaan is.

FRISO HÉDE HIR NE OTHER WIF NIMTH.
THJU TOGHATER FON WIL.FRÉTHE
BI SIN LÉVE WAS.ER VRSTE GRÉVA TO STAVEREN WÉST.
THÉR BI HÉDER TWÉN SVNA WNNEN
AND TWA TOGHTERA.

Friso had hier een andere vrouw genomen,
de dochter van Wilfréthe.
Bij zijn leven was hij overste gréva te Staveren geweest.
Daarbij had hij twee zonen gewonnen
en twee dochters.

THRVCH SIN BILÉID IS KORNÉLJA
SIN JONGSTE TOGHATER
MITH MIN BROTHER MANT.
KORNÉLJA IS WAN.FRIAS.
AND MOT KORN.HÉLJA SKRÉVEN WRDE. ~

Door zijn beleid is Kornélja,
zijn jongste dochter
met mijn broeder gemand.
Kornélja is wanfryas,
en moet Korn-hélja geschreven worden.

WÉ.MOD SIN ALDESTE
HETH.ER AN KAVCH BONDEN.
KAVCH THÉR AK BI HIM TO SKOLE GVNG
IS THI SVNV FON WICH.HIRTE
THENE GÉRT.MANNA KANING.

Wé-moed zijn oudste
heeft hij aan Kauch gebonden.
Kauch die ook bij hem te school ging
is de zoon van Wich-hirte,
de Gértmannen koning.

MEN KAVCH IS AK WAN.FRYA.S
AND MOT KAP WÉSA.
MEN KVADE TALE HAVON HJA MAR MITH BROCHT AS GODE SÉDA.
NV MOT IK MITH MINE SKÉDNESE A.BEFTA KÉRA. ~ ~ ~

Maar Kauch is ook wanfryas
en moet Kap (Koop)  wezen.
Maar kwade taal hebben ze meer meegebracht dan goede zeden.
Nu moet ik naar mijn geschiedenis terugkeren.

AFRE GRATE FLOD
HWÉR.VR MIN TAT SKRÉVEN HETH.
WÉRON FÉLO JUTTAR AND LÉTNE
MITH EBBE UT.A BALDA JEFTA KWADE SÉ FORED.

Na de grote vloed,
waarover mijn pa geschreven heeft,
waren vele Juttar en Létne
met eb uit de Balda- of Kwade Zee gevoerd

BI KAT HIS GAT DRÉVON HJA IN HJARA KANA
MITH ISE VPPA THA DÉNE.MARKA FAST
AND THÉR.VP SEND HJA SITTEN BILÉWEN.
THÉR NÉRON NARNE NÉN MANNISKA AN.T SJOCHT.
THÉR VMBE HAVON HJA THAT LAND INT.
NÉI HJARA NOME HAVON HJA THAT LAND JUTTAR.LAND HÉTEN.

Bij Kat's Gat dreven ze in hun boten (kanos?)
met ijs op de Dénemarka vast
en daarop zijn ze zitten gebleven.
Daar waren nergens mensen in't zicht.
Daarom hebben ze dat land geïnd.
Naar hun naam hebben ze dat land Juttarland genoemd.

AFTERNÉI KÉMON WEL FÉLO DENE.MARKAR TO BEK.
FON THA HAGA LANDUM.
MEN HISSA SETTON HJARA SELVA SUD.LIKER DEL.
AND AS THA STJURAR TO BEK KÉMON
THÉR NAVT VRGVNGEN NAVT NÉRON
GVNG THI ÉNA {147} MITH THA OTHERA
NÉI THA SÉ JEFTA É.LANDUM.

Naderhand kwamen wel vele Denemarker terug
van de hoge landen,
maar die zetten zichzelf zuidelijker neer.
En toen de sturen terug kwamen
die niet vergaan waren
ging de ene met de andere
naar de Zee- of É-landen (eilanden).

THRVCH THISSE SKIKKING
MOCHTON THA JUTTAR THAT LAND HALDA
HWÉR.VPPA WR.ALDA RA WÉJAD HÉDE. ~
THA SÉ.LANDAR STJURAR
THAM HJARA SELVA MITH BLATE FISK NAVT HELPA NER NÉRA NILDE
AND THÉR EN ARGE GRINS HÉDE ANTHA GOLA.
THAM GVNGON DANA THA PHONISJAR SKÉPA BIRAWA. ~

Door deze schikking
konden de Juttar het land behouden
waarop Wralda hen geweid had.
De zeelander sturen,
die zichzelf met blote (kale) vis niet helpen noch voeden wilde
en die een erge grijns (hekel) hadden aan de Golen,
die gingen sindsdien de Phonisjar schepen beroven.

ANTHA SUD.WESTER HERN FON SKÉN.LAND
HÉR LÉID LINDA.S.BURCH TO NOMATH LINDA.S.NOSE
THRVCH VSA A.POL STIFT
ALSA IN THIT BOK BISKRÉWEN STAT.

Aan de zuidwester hoorn van Skénland
ligt Lindasburch toegenaamd Lindasnose
door onze Apol gesticht,
zoals in dit boek beschreven staat.

ALLE KAD.HÉMAR AND OMME.LANDAR DANA.
WÉRON EFT FRIAS BILÉVEN.
MEN THRVCH THA LUST THÉRE WRÉKE AJEN THA GOLUM
AND AJEN THA KALTANA FOLGAR
GVNGON HJA MITHA SÉLANDAR SAMA DVAN.

Alle kustbewoners en ommelanders vervolgens,
waren echt Fryas gebleven,
maar door hun wraaklust tegen de Golen
en tegen de Kaltana-volgers
gingen ze met de Zeelanders samen doen.

MEN THAT SAMA DVA N.ETH NEN STEK NAVT NE HALDEN.
HWAND THA SÉ.LANDAR HÉDE FELO MISLIKA PLÉGA
AND WEN.HÉDE OVIR NOMMEN FON THA WLA MAGJARUM.
FRYAS FOLK TO.N SPOT.

Maar dat samendoen heeft geen steek gehouden,
want de Zeelanders hadden vele mislijke plegen
en wenheden (gewoonten) overgenomen van de vuile Magjaren,
Fryas volk ten spot.

FORTH GVNG EK TOFARA HIM SELVA RAWA
THACH JEF.ET TO PASE KÉM
THAN STANDON HJA MANLIK OTHERUM TRVLIK BI. ~ ~ ~

Voorts ging elk voor zichzelf roven
doch als het van pas kwam
dan stonden ze malkander getrouwelijk bij.

THACH TO THA LESTA BIJONDON THA SÉ.LANDAR
BREK TO KRÉJANDE AN GODA SKÉPA.
HJARA SKIP.MAKAR WERON OMKVMEN
AND HJARA WALDA WÉRON 
MITH GRVND AN AL FON.T LAND OF.FAGED. {148}

Doch tenslotte begonnen de Zeelanders
gebrek te krijgen aan goede schepen.
Hun schipmakers waren omgekomen
en hun wouden waren
met grond en al van't land afgevaagd.

NV KÉMON THÉR VNWARLINGEN THRI SKÉPA
BI THA HRING.DIK FON VSA BURCH MÉRA.
THRVCH THA INBRÉKA VSRA LANDUM
WÉRON HJA VRDVALED
AND THA FLI.MVDA MIS.FAREN.

Nu kwamen er onvoorzien drie schepen
bij de ringdijk van onze burcht meren.
Door de inbreken van onze landen
waren ze verdwaald
en de Fliemond misgevaren

THI KAP.MAN THÉR MITH.SVNDEN WAS.
WILDE FON VS NYA SKÉPA HA.
THÉRTO HÉDON HJA MITH.BROCHT ALLERLÉJA KESTLIKA WÉRA
THÉR HJA RAWED HÉDON FON THA KALTANAR LANDUM
AND FON THA PHONISJAR SKÉPUM.

De koopman die meegezonden was
wilde van ons nieuwe schepen hebben.
Daartoe hadden ze meegebracht allerlei kostbare waren
die ze geroofd hadden van de Kaltanar landen
en van de Phonisjar schepen.

NÉIDAM WY SELVA NÉNE SKÉPA NAVT N.ÉDE.
JÉF IK HJAM FLINGKA HORSA
AND FJVWER WÉPENDE RIN.BODON MITH. NEI FRISO.
HWAND TO STAVEREN AND ALLINGEN THAT ALDER.GA
THÉR WRDON THA BESTA WÉR.SKÉPA MAKED.
FON HERDE ÉKEN WOD
THÉR NIMMERTHE NÉN ROT AN NE KVM.

Omdat wij zelf geen schepen hadden
gaf ik hen flinke paarden
en vier gewapende renboden mee naar Friso.
Want te Staveren en langs het Alderga
daar werden de beste weerschepen gemaakt,
van hard eikenwoud (-hout)
waar nimmer rot aan kwam.

THAHVILA THA SÉ.KAMPAR BI MY BYDE.
WÉRON SVME JUTTAR NÉI TEX.LAND FAREN.
AND DANA WÉRON HJA NÉI FRISO WÉSEN.

Terwijl de Zeekampers bij mij verbleven
waren sommige Juttar naar Texland gevaren
en van daar waren ze naar Friso verwezen.

THA SÉ.LANDAR HÉDON 
FELO FON HJARA STORESTE KNAPUM RAWED
THI MOSTON VPPA HJARA BENKA ROJA.
AND FON HJARA STORESTE TOGHTERA
VMB THÉR BI BERN TO TÉJANDE.

De Zeelanders hadden
vele van hun stoerste (grootste) knapen geroofd.
Die moesten op hun banken roeien
en van hun stoerste dochters
om daarbij kinderen te tijgen.

THA STORA JUTTAR NE MOCHTON.ET NAVT TO WÉR.RANE
THRVCHDAM HJA NÉNE GODE WÉPNE NAVT N.ÉDE.
THA HJA HJARA LÉTH TELAD HÉDE
AND THÉRVR FÉLO WORDON WIXLAD WÉRON.
FRÉJE FRISO TO THA LESTA
JEF HJA NÉNE GODE HAVE IN HJARA GA NAVT N.ÉDE.

De stoere Juttar konden het niet afweren
doordat ze geen goede wapens hadden.
Toen ze hun leed verteld hadden
en daarover vele woorden gewisseld waren,
vroeg Friso tenslotte
of ze geen goede haven in hun gouw hadden.

O. JES {149} ANDERON HJA.
ÉNE BESTA ÉN.
ÉNE THRVCH WR.ALDA SKÉPEN.
HJU IS NET KREK LIK JOW BJAR.KRUK THÉR.
HJRA HALS IS ENG
THA IN HJRA BALG KANNATH WEL
THVSANDA GRATE KANA LIDSA.

"O, ja", antwoordden ze.
"Een beste één.
Eén door Wralda geschapen.
Hij is net krek gelijk jouw bierkruik daar.
Zijn hals is eng,
doch in zijn buik kunnen wel
duizende grote boten liggen.

MEN WI NAVATH NÉNA BURCH NER BURCH.WÉPNE
VMBE THA RAW.SKÉPA THÉR UT TO HALDANE.
THAN MOSTEN JOW GVNST MAKJA SÉIDE FRISO.
GOD RÉDEN ANDERON THA JUTTAR,
MEN WI N.AVATH NÉNE AMBACHT.ES.LJUD NER BVW.ARK.
WI ALLE SEND FISKAR AND JUTTAR.
THA ORA SEND VRDRVNKEN
JEFTA NÉI HA HAGA LANDUM FLJUCHT.

Maar we hebben geen burcht noch burchtwapens
om de roofschepen daar buiten te houden."
"Dan moesten jullie gunst (genegenheid) maken", zei Friso.
"Goed (aan-)geraden", antwoordden de Juttar,
"maar we hebben geen ambachtslieden noch bouw-ark (gereedschap).
Wij allen zijn vissers en jutters.
De anderen zijn verdronken
of naar de hoge landen gevlucht."

MIDLAR HWILA HJA THUS KALTA.
KÉMON MINA BODON
MITHA SÉ.LANDAR HÉRA ET SINA HOVE. ~

Midlerwijle ze dus spraken
kwamen mijn boden
met Zeelander heren bij zijn hoeve.

HIR MOST NW LETTA
HO FRISO ALLE TO BIDOBBE WISTE
TO NOCHT FON BÉDE PARTJA
AND TO BATE FON SIN AJN DOL. ~

Hier moet je nu opletten
hoe Friso alle te bedotten (?) wist
tot genoegen van beide partijen
en ten bate van zijn eigen doel.

THA SÉ.LANDAR SÉIDER TO.
HJA SKOLDON JÉRLIKES FIFTECH SKÉPA HAVA.
NÉI FASTA MÉTUM AND NÉI FASTA JELDUM.
TO HRÉD MITH ISERE KÉDNE
AND KRANBOGUM AND MITH FVLLE TJUCH
ALSA FAR WÉR.SKÉPA HOF AND NÉDLIK SI.

De Zeelanders zei hij toe
dat ze zouden jaarlijks vijftig schepen hebben,
naar vaste maten en naar vaste gelden,
toegereed met ijzeren ketenen
en kraanbogen en met volle tuig
zoals voor weerschepen hoef- en noodlijk is.

MEN HA JUTTAR SKOLDON HJA THAN MITH FRÉTHE LÉTA.
AND ALLET FOLK THAT TO FRYA.S BERN HÉRED.
JA HI WILDE MAR DVA.
HI WILDE AL VSA SÉ.KAMPAR UT NÉDA
THAT HJA SKOLDE MITH.FJUCHTA AND RAWA.

Maar de Juttar zouden ze dan met vrede laten,
en al het volk dat tot Fryas Bern behoort.
ja hij wilde meer doen.
Hij wilde al onze zeekampers uitnodigen
dat ze zouden meevechten en roven.

THA THA SÉ.LANDA WÉI BRIT {150} WÉRON
THA LÉT.ER FJUWERTICH ALDA SKÉPA TO LAJA
MITH BURCH.WÉPNE. WOD. HIRBAKEN STÉN.
TIMBER.LJUD MIRTSELÉRA AND SMÉDA
VMBE THÉRMITH BURGA TO BVWANDE.

Toen de Zeelanders weggebracht waren,
liet hij veertig oude schepen toeladen
met burchtwapens, hout, hardbakken steen,
timmerlieden, metselaren en smeden
om daarmee burgen te bouwen.

WITTO. THAT IS WITTE.
SIN SVNV SAND HI MITH VMB TO SJANANDE.
HWAT THÉR AL FAR FALLEN IS.
N.IS MY NAVT NI MELD.
MEN SA FUL IS MI BAR WRDEN. ~

Witto, dat is witte,
zijn zoon zond hij mee om te zien.
Wat daar al voorgevallen is
is mij niet gemeld.
Maar zo veel is mij baar (bekend) geworden:

AN BYDE SIDA THÉRE HAVES.MVDE
IS ÉNE WITH.BURCH BVWED.
THÉR IN IS FOLK LÉID
THAT FRISO UTA SAXANA MARKA TACH.

Aan beide zijden van de havenmond
is een mede-burcht gebouwd.
Daarin is volk geleid
dat Friso uit de Saxanamarka toog.

WITTO HETH SJUCHT.HIRTE BIFRÉJAD
AND TO SIN WIF NOMEN.
WIL.HIM ALSA HÉTE HJRA TAT.
HI WAS VRESTE ALDERMAN THÉRA JUTTAR.
THAT IS VRSTE GRÉVETMAN JEFTA GRÉVE.
WILHEM IS KIRT AFTER STURVEN
AND WITTO IS IN SIN STÉD KOREN.

Witto heeft Sjuchthirte bevraagd
en tot zijn wijf (echtgenote) genomen.
Wilhim, zo heette haar pa,
hij was overste Alderman van de Juttar,
dat is overste Grévetman of Gréve (graaf).
Wilhem is kort daarna gestorven
en Witto is in zijn plaats gekozen.

No comments:

Post a Comment